Artikelen vanuit de praktijk
Leer. Pas toe. Wordt een betere trainer.
Praktische artikelen die direct toepasbaar zijn in de praktijk.
Van klein naar groot of van groot naar klein?
In de voetballerij kopiëren we veel van elkaar: coachopmerkingen, oefenvormen en speelwijzen. Er zijn talloze ongeschreven wetten die ooit door iemand zijn bedacht en die we allemaal klakkeloos overnemen. Een mooi voorbeeld is de manier waarop we een training opbouwen: we beginnen met een kleine vorm, dan een grotere, en eindigen met het partijspel waar alle spelers vaak tegen elkaar spelen.
Maar waarom werken we eigenlijk van klein naar groot en niet andersom?
Fouten maken mag… behalve tijdens de wedstrijd?
Iedere trainer kent het gevoel: op papier weten we allemaal dat fouten maken essentieel is om beter te worden. Spelers leren van balverlies, verkeerde keuzes en gemiste kansen. In de praktijk, tijdens trainingen en vooral wedstrijden, voelt dat soms heel anders. Plotseling worden fouten een bron van frustratie, boosheid of hoorbare teleurstelling langs de lijn. Maar waarom reageren we zo en wat kunnen we doen om spelers wél te laten leren van hun fouten, zonder dat het spelplezier verloren gaat?
Het managen van de oudergroep
Het managen van de oudergroep
Ouders binnen het jeugdvoetbal… je kunt niet zonder ze, maar ze kunnen het je als trainer of coach ook knap lastig maken. Tegelijkertijd kunnen ze van een leuk seizoen een topseizoen maken!
De vier gouden competenties!
Iedere trainer kent het gevoel: op papier weten we allemaal dat fouten maken essentieel is om beter te worden. Spelers leren van balverlies, verkeerde keuzes en gemiste kansen. In de praktijk, tijdens trainingen en vooral wedstrijden, voelt dat soms heel anders. Plotseling worden fouten een bron van frustratie, boosheid of hoorbare teleurstelling langs de lijn. Maar waarom reageren we zo en wat kunnen we doen om spelers wél te laten leren van hun fouten, zonder dat het spelplezier verloren gaat?
De overstap van klein veld naar groot veld
De overstap van het kleine veld naar het grote veld is altijd ingrijpend. De regels veranderen, het aantal spelers neemt toe en het veld wordt een stuk groter. Voor spelers voelt het soms alsof ze in een compleet andere sport terecht zijn gekomen.
Hoe zorg je dat spelers scherp aan de wedstrijd starten?
Warming-up voor de wedstrijd
Bijna elk team doet een warming-up voor de wedstrijd. De ene warming-up is wat uitgebreider dan de andere, maar uiteindelijk lijken ze vaak op elkaar. Toch is het goed om eens kritisch te kijken naar jullie warming-up. Waarom doen we bepaalde oefeningen? En wat dragen ze daadwerkelijk bij?
WAt doe jij bij een warming-up?
De FIFA 11+ is inmiddels bij veel trainers bekend als een effectief programma om blessures te verminderen. Toch zien we in de praktijk dat het programma vaak óf te strikt wordt gevolgd, óf juist volledig wordt losgelaten omdat het ‘te statisch’ zou zijn. Bij onze trainingen kiezen we voor een praktische variant, waarbij we de loop- en mobiliteitsvormen uit de FIFA 11+ gebruiken als dynamische warming-up.
POP gesprekken; luxe of noodzaak?
Een krachtig hulpmiddel voor iedere trainer — ook in de breedtesport
POP-gesprekken. De term klinkt misschien wat schools of formeel, maar in de praktijk is het één van de meest waardevolle tools die een trainer kan inzetten om jeugdspelers te helpen groeien. Niet omdat het professioneel klinkt, maar omdat het precies raakt aan waar jeugdvoetbal over gaat: ontwikkeling.
En dat geldt niet alleen voor topsport. Juist in de breedtesport, waar plezier, leren en teamgevoel vooropstaan, kan een goed gesprek over persoonlijke groei een wereld van verschil maken.
Conditietraining in de onderbouw
Waarom onderbouw spelers nooit moe lijken te worden
Wat zegt de wetenschap over inspanning, vermoeidheid en conditie bij jonge voetballers?
Het is een herkenbare observatie voor veel trainers van jonge spelers: ze lijken nooit echt moe te worden. Ze blijven rennen, lachen, dollen – en als ze al een beetje hijgen, zijn ze na een halve minuut weer hersteld. Een O9-trainer verwoordde het onlangs zo:
“Ik heb het idee dat de jongens nooit echt moe worden en ook niet durven worden. Ik zie dat tijdens de training eigenlijk ook wel. Afgelopen woensdag heb ik de dribbelvorm wat uitgebreid en ze flink opgejut. Ineens begonnen ze allemaal te hijgen. Zou dit op die leeftijd een soort grens zijn, en hoe komen ze hier overheen?”
Trainen van de jongste kinderen (deel 3)
In het vorige artikel hebben we de eerste vier van onderstaande acht punten behandeld. In dit vervolg nemen we de laatste vier punten door die het trainen van deze leeftijdsgroep lastig maken. Met als doel: trainers praktische handvatten geven om met de O7/O9 - leeftijd om te gaan.
Trainers die met deze groep werken, weten het maar al te goed: het is verdomd moeilijk om alle kinderen te laten luisteren. Laat staan om een oefening precies zo uit te voeren als jij het in je hoofd had.
De praktijk is vaak herkenbaar aan situaties als:
Trainen van de jongste kinderen (deel 2)
In het vorige artikel noemde ik acht punten die het trainen van deze leeftijdsgroep lastig maken. In dit artikel werken we de eerste vier punten verder uit, zodat trainers meer praktische handvatten krijgen voor het trainen van de jongste jeugd.
Trainers die met de O7- en O8-leeftijd werken, weten het maar al te goed: het is verdomd moeilijk om alle kinderen te laten luisteren. Laat staan om een oefening precies zo uit te voeren als jij het voor ogen had.
De praktijk is vaak herkenbaar aan situaties als:
Trainen van de jongste kinderen (deel 1)
Trainers die de jongste jeugd begeleiden, weten het maar al te goed: het is verdomd lastig om alle kinderen te laten luisteren. Laat staan om een oefening precies zo uit te voeren zoals jij het in je hoofd had.
De praktijk is vaak herkenbaar aan dit soort situaties:
De Dobbelsteen (aanvallend)
De dobbelsteen ligt het dichtst bij de eindvorm 1-4-4-2. Wil je spelers opleiden met deze formatie als uitgangspunt, dan is de dobbelsteen een logische keuze. Binnen deze formatie spelen twee centrale verdedigers samen in de as, net als in 1-4-4-2. Je hebt één centrale middenvelder die zowel moet aanvallen om een overtal te creëren, als moet verdedigen om een ondertal te voorkomen. Het loopgedrag komt overeen met dat van de buitenste middenvelders in 1-4-4-2, terwijl het spel in de as staat voor de andere twee middenvelders die daar opereren.
De Dobbelsteen (verdedigend)
In het 6-tegen-6 jeugdvoetbal zie je grofweg drie basisformaties terug: de dobbelsteen (1-2-1-2), de vlieger (1:1:3:1) en het huisje (1-2-2-1). Alle formaties hebben hun eigen kenmerken en leeraccenten. In dit artikel zoomen we in op de dobbelsteen vanuit verdedigend perspectief: hoe pak je dat aan? Aan de hand van drie veelvoorkomende situaties bekijken we mogelijke oplossingen.
impliciet leren: (deel 3) het formaat van het veld
Het formaat van het veld: impliciet leren door ruimte te manipuleren
Binnen impliciet leren draait alles om het creëren van de juiste leeromgeving. In plaats van spelers te vertellen wat ze moeten doen, ontwerp je het spel zo dat bepaald gedrag vanzelf ontstaat. Naast de manier van scoren is het formaat van het veld één van de krachtigste knoppen waaraan een trainer kan draaien. Met kleine aanpassingen in lengte, breedte of vorm verander je het spelprobleem en daarmee het gedrag van spelers.
impliciet leren: (deel 2) via partijspelen
Variëren in manieren van scoren: impliciet leren via partijspelen
In het artikel Impliciet leren in het voetbal: beter leren zonder het uit te leggen stond de leeromgeving centraal. Niet de uitleg van de trainer, maar het ontwerp van de oefenvorm bepaalt wat spelers leren. Een krachtig en vaak onderschat stuurmiddel binnen die leeromgeving is de manier waarop er gescoord kan worden. Door binnen partijspelen te variëren in scoringsvormen, kan je als trainer het gedrag van spelers sterk beïnvloeden, zonder ook maar één coachterm te gebruiken.
Impliciet leren binnen het voetbal (deel 1)
Impliciet leren in het voetbal: beter leren zonder uitleg
In het voetbal zijn we als trainers geneigd om veel uit te leggen. We corrigeren looplijnen, geven aanwijzingen over lichaamshouding en sturen voortdurend op keuzes aan de bal. Toch laat wetenschappelijk onderzoek zien dat spelers vaak beter leren wanneer ze juist mínder expliciete instructie krijgen. Dit principe noemen we impliciet leren.
Wat is een voetbalhandeling?
Loop een willekeurige kantine binnen met 25 trainers en stel de vraag: Wat is een voetbalhandeling?
De kans is groot dat je 25 verschillende antwoorden krijgt….
Coachen op een toernooi
Voor veel spelers zijn toernooien één van de hoogtepunten van het seizoen. Andere tegenstanders, meerdere wedstrijden op een dag en een echte “voetbalsfeer”. Kinderen leven er naartoe en praten er vaak nog weken over na. Tegelijkertijd zijn toernooien ook momenten waarop je als trainer tegen je eigen grenzen aanloopt. Het moet leuk zijn, maar als je wint is het allemaal net wat leuker.
Je wilt iedereen speelminuten geven, maar een toernooi is ook een flinke belasting zeker als het een hele dag duurt of zelfs meerdere dagen. En precies in dat spanningsveld ontstaan de lastigste keuzes.

